Een ondernemer die padelbanen bouwt, wil een eigen hal realiseren. Het bedrijf draait al jaren goed, er is vraag naar het concept en de plannen zijn helder. Voor de bouw van de hal is 200.000 euro aan financiering nodig. De wens: een groot deel financieren en een deel zelf inbrengen.
De eerste stap is logisch: aankloppen bij de bank. De ondernemer heeft een trackrecord, groeiende omzet en een concreet plan. Toch komt er geen akkoord. De reden ligt niet in het idee zelf, maar in de solvabiliteit: de verhouding tussen eigen vermogen en vreemd vermogen is nog niet op het niveau dat de bank graag ziet.
Ook bij andere banken blijkt het lastig. De financiering wordt niet direct afgewezen, maar schuift steeds op de lange baan of blijft hangen op voorwaarden waar de ondernemer op dat moment niet aan kan voldoen.
Via Financieringsgilde komt de ondernemer in gesprek met een adviseur. Samen kijken ze opnieuw naar de plannen, de cijfers en de financieringsvraag:
Wat moet er nu echt gefinancierd worden?
Hoeveel eigen inbreng is mogelijk?
Welke rente en looptijd zijn haalbaar zonder de cashflow te veel onder druk te zetten?
Omdat de bank op dit moment geen ruimte ziet, verkennen ze alternatieve routes. In plaats van de plannen te parkeren, kiezen ze voor een non-bancaire financiering. De rente ligt wat hoger en de looptijd is korter dan bij een bank, maar de ondernemer kan wél verder met de bouw van de hal.
Belangrijk onderdeel van de oplossing: er worden duidelijke afspraken gemaakt over het vervolg. Het doel is om de financiering na een periode van goed draaien over te zetten naar een bank, zodra solvabiliteit en resultaten dat toelaten.
Na een periode waarin de hal staat, de padelbanen goed bezet zijn en de cijfers zich positief ontwikkelen, ontstaat er een nieuw plaatje. De solvabiliteit verbetert, de cashflow is stabieler en de bank kijkt opnieuw naar de aanvraag.
Met hulp van de adviseur wordt de financiering herzien en overgezet naar een bancaire partij, tegen een lagere rente en een langere looptijd. De ondernemer houdt daarmee meer ruimte over in de maandlasten, terwijl de hal en de onderliggende businesscase gewoon blijven staan.
De non-bancaire financiering heeft in deze situatie gewerkt als een opstap: een flexibele oplossing om de plannen nu mogelijk te maken, met het doel om later naar een meer langjarige, voordeligere structuur te bewegen.
Deze praktijkcase laat zien dat vastgoed financieren niet altijd een keuze is tussen “wel” of “geen” bankfinanciering. Soms is het:
eerst werken met een alternatieve financiering om je plan van de grond te krijgen
en vervolgens, wanneer je cijfers en solvabiliteit sterker zijn, herfinancieren bij een bank
Belangrijk daarbij is dat je niet alleen naar de rente van vandaag kijkt, maar naar de route in stappen:
Wat heb je nu nodig om je plan mogelijk te maken?
Welke risico’s horen daarbij?
Hoe zorg je dat je financiering met je bedrijf kan meebewegen?